Een speciale bijdrage voor deze laatste papieren versie van ZNB die alle rubrieken dekt. Afgelopen zomer kreeg ik een bijzonder document toegestuurd. Het waren op schrift gestelde authentieke verhalen van gesprekken tussen mijn voormalige Zambiaanse collega Nellie Ndembela uit Kalabo en haar grootmoeder Sekwa. Nellie werd deels door haar grootmoeder opgevoed en verbleef ook later vaak bij haar. De gesprekken uit de zeventiger jaren werden vorig jaar op schrift gesteld en gebundeld tot een 120-A4 pagina tellend document getiteld: “Looking Through My Grandmother's Window”. Nellie is in 1976 getrouwd met John Suffolk. Zij wonen en werken sinds 1995 in Brunei. Uit dit bijzonder lezenswaardige document heb ik enkele stukken voor u als lezer gekozen. Grootmoeder Sekwa, 1897-1984, vertelt over het leven van haar moeder Chipata (1879-1950) en over haar eigen leven.
InleidingSekwa werd geboren in 1897 in Gombe, het gebied waar de Zambezi en de Luangwa samenkomen, uit het tweede huwelijk van moeder Chipata met Mashapule, een Chikunda. Na de dood van Mashapule vluchtte Chipata met haar dochter Sekwa ‘op advies van haar overleden echtgenoot’ terug naar haar geboortedorp Kaundi, een week of twee lopen noordelijker in de Luangwa vallei. Het was een ongebruikelijke stap, maar de enige manier om te ontkomen aan een gedwongen huwelijk met een nare verwant van haar overleden man. Na een spannende vlucht slaagden zij en Sekwa erin om Kaundi te bereiken. Ze werden beschermd door de geest van haar overleden man Mashapule, die zich onderweg nog eens als leeuw manifesteerde. Chipata keek het beest recht in de ogen, het enige dier dat je ooit recht in de ogen mag kijken), waardoor het beest uiteindelijk verdween. Het gaf moeder Chipata de moed om verdere gevaren te trotseren. Bij het bereiken van het dorp troffen ze vrouwen in het veld die haar herkenden. Met gejammer en geweeklaag werden ze ingehaald om volgens het gebruik te rouwen voor de overleden echtgenoot.
“Cleansing” en scheidingsceremonie
Door de vlucht had Chipata de “cleansing” en scheidingsceremonie gemist om een nieuw huwelijk mogelijk te maken. Haar ouders besloten deze procedures alsnog uit te voeren. “Cleansing” werd met een speciaal kruiden-wortelmengsel gedaan. De weduwe of weduwnaar werd samen met een familielid van de overledene in dit mengsel gewassen en daarna met olie ingesmeerd. Men gelooft dat het niet uitvoeren van de “cleansing” ongeluk kan brengen in de vorm van doodgeboren kinderen of onvruchtbaarheid. De geest van de overleden man kan de overlevende blijven achtervolgen en schade toebrengen. Met de “cleansing” is de scheiding definitief. De ceremonie wordt beeïndigd met Walwa wa sako, een feest met zang en dans en lokaal bier voor de gelegenheid gebrouwen door de schoonfamilie.
Na deze plechtigheid trouwde Chipata met haar derde man Chimenga en kreeg Sekwa nog vijf zussen en één broer.

Initiatie Sekwa
Sekwa voelde zich altijd anders omdat ze een Chikunda vader had en de Nsenga taal nu ook moest leren spreken. In de puberteit gekomen, 'ndola' genoemd, krijgen meisjes tatoeages op hun buik en heupen om aantrekkelijker te worden voor mannen. Er is een taboe op menstruatie, niemand spreekt erover en dus kunnen meisjes heel geschokt zijn bij hun eerste menses. Op dat moment begint de initiatieperiode, die in het document in zijn algemeenheid wordt beschreven (zie het kader hieronder).
Initiatieperiode
Als het zover is meldt het meisje zich bij een oudere vrouw in het dorp. Die neemt het meisje op in haar huis en vertelt het haar moeder. De moeder stelt de vader, zoals gewoonlijk op de knieën, op de hoogte. Dit in verband met de huwbaarheid van het meisje.
Het meisje mag zich niet meer in het dorp vertonen en mag niet eten voordat er een behandeling is uitgevoerd: ze wordt ingesmeerd met een groen mengsel van speciale kruiden. Afhankelijk van het jaargetijde wordt het mengsel er na een dag of een langere periode af gewassen. Tot die tijd mag het meisje niet zonder begeleiding de deur uit, zelfs niet naar het toilet. Ze mag met niemand praten, moet met gebogen hoofd lopen, haar lichaam geheel bedekken en van het pad afgaan als ze ouderen tegenkomt.
Anyasongwe
Een oudere vrouw, de Anyasongwe, wordt soms ingehuurd om het meisje in te wijden in haar rol als goede vrouw, echtgenoot en moeder. Ze moet vooral goed voor haar man zorgen. De training-voorlichting, werd vaak gedaan met behulp van kleine dierfiguren en muurschilderingen, ware kunstwerken. Elk dierfiguur stelt een stukje gedrag voor en zo worden de normen overgedragen. De initiatieperiode wordt afgesloten met een groots feest. Het meisje wordt beschilderd en haar haar met rode kruiden 'nkula' ingesmeerd. Om haar heupen hangen snoeren kralen, ngumbi, en in haar hand is een vliegenzweep. Op een platform begint de oudere vrouw, de Anyasongwe, met de dans. Daarna wordt het meisje op de rug van een jonge vrouw naar het platform,chisasa, gedragen.
Mtenda Misanjilo
De jonge vrouw wordt 'Mtenda Misanjilo' genoemd: zij die de spanning van de dans breekt. Deze Mtenda doet een buikdans op een steeds sneller wordend ritme van de drums totdat ze beweegt als 'trillend riet in snelstromend water'. De kleine drums nemen het ritme over totdat ' als het gebulder van een leeuw' de grote drums losbarsten en het ritme nogmaals opzwepen. De Mtenda danst nu met haar hele lichaam, haar armen op schouderhoogte, de kralenkettingen klapperend rond de heupen en de vliegenzweep zwaait mee. Uitgeput ontvangt ze tenslotte giften van de familie, voordat het meisje zelf het platform betreedt en op dezelfde manier de dansen uitvoert onder luide toejuichingen van het publiek. Het meisje krijgt veel presentjes en wordt dan plotseling door een man naar huis gebracht. Nu is de initiatie voltooid en mag het meisje zich weer buitenshuis bewegen, maar nu met de voor volwassen vrouwen geldende normen.
Huwelijk Sekwa
Hoewel bij de Nsenga sommige huwelijken door overeenkomsten tussen families werden bepaald, mochten mensen ook gewoon verliefd worden en trouwen. De initiatieceremonie is een mooie gelegenheid voor mannen om de dansende meisjes te bewonderen en verliefd te worden. Het eerste huwelijk van Sekwa was met de zoon van de Chief Ng'ambilani, een eervolle partij voor de familie. Zoals gebruikelijk had een delegatie van de ouders van de man, in dit geval de chief, de ouders van het meisje het verzoek tot een huwelijk overgebracht. De chief stuurde nu regelmatig presentjes in de vorm van vlees, vis, fruit en noten. Nsenga mannen betalen niet veel als bruidsschat, de 'lobola', omdat eventuele kinderen de vrouw toebehoren. De bruidegom geeft een gift, 'chimalo', om de verbintenis officieel te maken, waarna de huwelijksdatum kan worden vastgesteld. Als het meisje geïnteresseerd is maakt haar familie een uitgebreide maaltijd klaar en stuurt het eten soms samen met andere presentjes naar de familie van de man. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat de aanstaande bruid goed eten voor hun zoon kan klaarmaken. De familie van de man eet het voedsel samen op en stuurt de pannen en potten terug met kralen of andere giften, tegenwoordig is dat meestal geld. Het terugsturen symboliseert dat de zoon in staat is zijn vrouw te onderhouden. De overdracht van het voedsel en de terugkomst van de potten en pannen gaan gepaard met de nodige feestelijkheden.
Het trouwen zelf was vroeger een vrij simpele aangelegenheid dat met beperkte feestelijkheden (bier en voedsel) gevierd werd. De bruid werd door oudere vrouwen naar haar man gebracht. Als de man in een ander dorp woonde werden ook mannen aan de escorte toegevoegd, omdat vrouwen niet zonder begeleiding en bescherming op reis gingen. De bruid mocht het huis pas betreden nadat ze een gift had ontvangen. Hetzelfde gold voor het naar bed gaan. Met gebogen hoofd en zonder te spreken moest de bruid afwachten tot de bruidegom haar begon uit te kleden. De bruid moest daarna de bruidegom wassen en hem daarna op haar rug naar bed dragen, waar ze hem volledig moest insmeren met olie en masseren. Nadat ze weer een gift kreeg mocht ze pas het huwelijksbed instappen. De volgende morgen kwam de groep vrouwen langs om te vragen of alles in orde was. Als de man erg ontevreden was over de behandeling kon hij de vrouw op dat moment nog terugsturen.
Scheiding en huwelijk met een 'mzungu'
Sekwa bleef drie jaar bij haar eerste man Ng'ambilani, de zoon van chief Nyampande. De man bleek echter aartslui te zijn, zodat ze schoon genoeg van hem kreeg. Hij was te beroerd om de normale mannentaken uit te voeren, zoals het land bouwrijp maken, hutten bouwen en repareren, meubels/matten en manden maken. Hoe Sekwa hem ook verwende met voedsel en bier, hij werd steeds luier en was ook nog ondankbaar. Bovendien was ze nog steeds niet zwanger. Ze besloot om te scheiden en stuurde enkele vrouwen met de kralen en een kip (de lobola die betaald was) naar de vader. Hij liet haar met spijt in het hart gaan. Terug in haar eigen dorp had Sekwa het niet gemakkelijk als gescheiden vrouw zonder kinderen. Andere vrouwen voelden zich bedreigd dat ze er met hun man vandoor zou gaan of gaven haar de schuld van de scheiding en haar kinderloosheid. Na enige tijd kwam een blanke, mzungu, met een jachtgezelschap langs het dorp. Ze verbleven in een tent buiten het dorp. De mzungu, bwana Bretherton, woonde als goudzoeker in Sasari, een klein goudmijnstadje bij Petauke. Kalupye, zoals hij plaatselijk genoemd werd, liet zijn oog vallen op de mooie Sekwa. In eerste instantie weigerde zij met hem mee te gaan. Maar Kalupye was vastbesloten, liet als gift zout achter bij moeder Chipata, en stuurde enkele weken later een paar mannen met volbeladen ezels om Sekwa te halen. Op aandringen van haar familie ging ze mee. Het was 1910 en zo leerde Sekwa allerlei nieuwe dingen en gewoonten: ze mocht zomaar op een stoel zitten op gelijke ooghoogte met haar man, sliep in een bed met witte lakens en een zacht kussen, en werd doodsbang bij de eerste kus: “I thought that he was eating me”. In de eerste wereldoorlog vertrok Kalupye naar Europa, zoals veel mannen uit Zambia die geronseld werden om als kok of verzorger in het leger te werken. Sekwa, hoogzwanger, keerde terug naar Kaundi en beviel daar van zoon Henry. Na drie jaar was Kalupye nog steeds niet teruggekeerd. Sekwa kon het aanzoek van dorpsgenoot Kalomboka niet langer weerstaan en trouwde met hem. Ze kreeg nog zes kinderen, waarvan er drie stierven. Later kwam Kalupye toch nog terug en eiste zijn vrouw op. Er werd zelfs een rechtszaak gehouden in chief Kalindowalo's court, waarbij ook chief Lundi en Nyampanda aanwezig waren. Het huwelijk met Kalomboka bleef in stand onder betaling van enkele boetes.

Opkomst christendom
Rond 1900 kwamen ook de zendelingen naar Zambia. Als gehoorzame mensen accepteerde men vrij snel het christelijke model als een rechtvaardig geloof. Het was echter zeer verwarrend dat mensen bij de doop een christelijke naam moesten aannemen. Om modern te zijn koos Sekwa voor Agnes, maar het werd Monica toen ze zich liet dopen in de St.Monica's kerk. Vooral in de Eastern Province kwamen veel blanken tijdens de vakanties om op jacht te gaan, een voor Zambianen onbekend verschijnsel. Voor het eerst werd niet alleen gedood voor de voedselvoorziening, maar ook om het doden zelf. In 1911 werd de Msoto Missie gevestigd vlakbij Fort Jameson, het huidige Chipata.

De kinderen konden nu naar school om te leren lezen en schrijven. Maar veel waardevolle traditionele praktijken werden beschouwd als heidens en moesten worden afgeschaft. Zo werden de dierenbeeldjes en schilderingen die bij de initiatie als voorlichting werden gebruikt als afgoderij bestempeld. De inheemse kruiden werden zonder onderzoek veelal afgedaan als tovenarij. Helaas zijn daardoor zinvolle tradities en kennis verloren gegaan.
Angst voor roofzuchtige Ngoni’s
Voordat de Europeanen kwamen leefde men in angst voor de Maziti, de krijgers van de Ngoni stam. De Ngoni's waren in 1835 uit Zuid-Afrika gekomen en de Zambezi overgestoken om zich in de Eastern Province te vestigen. Zij veroverden de kleinere stammen en gingen keer op keer op oorlogspad om hun grondgebied uit te breiden en slaven mee naar huis te nemen. Zodra Maziti werden gesignaleerd waarschuwden de drums de omringende dorpen. Vrouwen en kinderen verborgen zich in het bos terwijl mannen en jongens het dorp verdedigden. De strijd duurde vaak maar kort en ouderen werden genadeloos afgeslacht. Gevangen slaven moesten hard werken. Vrouwen werden seksueel misbruikt en mannen gemarteld.
Dierenanekdote
De aap die een leeuw bleek te zijn

Over het algemeen werd er respectvol met dieren omgegaan. Een jager had veel aanzien en was vaak langere tijd van huis om voor voldoende gedroogd of gerookt vlees te zorgen. De jager maakte al vroeg zijn eigen geweer en kogels met het ijzer dat in de buurt werd gevonden. Leeuwen waren zeer gevreesd. Toch sliepen mensen in de oogsttijd in eenvoudige rieten hutten bij de akkers om hun oogst te beschermen. Op een ochtend zag een vrouw tijdens de borstvoeding een staart tussen de rietstengels van de hut. Ze dacht: “ laat ik die aap eens een lesje leren” want het waren meestal apen die de bijna rijpe oogst kwamen stelen. Ze begon aan de staart te trekken. Ze trok uit alle macht en schreeuwde tussendoor om hulp. Na een tijdje trok het dier niet meer en ze hoorde mensen aankomen. “Ik ben erg moe, ik hou de staart van een aap vast , alsjeblieft, dood het dier”, zei de vrouw. De toegesnelde buren waren ontzet toen ze ontdekten dat het geen aap was maar een leeuw. De vrouw kreeg de huid van de leeuw als aandenken aan haar heldendaad.
Zo doen veel ' waar gebeurde’ dierenverhalen de ronde.
Conclusie
Het was bijzonder boeiend om grootmoeder's verhalen te lezen. Opvallend vond ik de grote mate van keuzevrijheid bij het kiezen van een huwelijkspartner en ook de mogelijkheid om te scheiden bij de Nsenga. Spijtig om te lezen dat de komst van de Europeanen en het christendom geleid heeft tot het in rap tempo afschaffen van tradities op allerlei gebied. Maar zoals Sekwa zegt: “ook slechte, soms wrede tradities zijn verdwenen”. En gelukkig kunnen we constateren dat er een tendens is om sommige oude tradities in ere te herstellen (zie ZNB 127 p20).

